21 augustus 2017 Gebruikers online: 5
Agenda
Bonthuis en Vaartjes

Over juffen en meesters (Column Teunie Rijfkogel)

Geplaatst op: 2 april 2017

Het is alweer 14 jaar geleden dat ik de Driemaster verliet. Het was een tijd waar veel verschillende juffen en meesters de revue passeerden. In 1996 begon ik bij juf Joke. Ik herinner me haar als een strenge, maar rechtvaardige vrouw die vaak gekleed ging in lange jurken. En had ze vaak niet een potlood in haar knot?! Diep van binnen was ik een beetje bang voor haar, want ze kon erg boos worden.

School was sowieso al niet mijn favoriete bezigheid. Ik bleef liever thuis om buiten te spelen en koeien te knuffelen. School was niks voor mij. Stille muis als ik was, bleef ik zoveel mogelijk op de achtergrond. Ik deed wat ik moest doen, maar was blij als de schoolbel aan het eind van de dag ging. En zo belandde ik in groep 2 bij juf Anjolien. Juf Anjolien, de altijd aardige en goedgemutste juf. Dit was meer een juf voor mij. Boos worden kwam niet in haar woordenboek voor.

Ook niet bij juf Betty overigens, die ik in groep 3 had en van wie ik mijn allereerste vulpen kreeg. Een deftig ding vond ik het, maar waar ik hem voor moest gebruiken was minder fijn: van die dikke rekenblokken boordevol ingewikkelde sommen. Aan het eind van de dag had je niet alleen schoon genoeg van rekenen, ook je hele handen waren blauw van de inkt. Van juf Betty ging ik naar juf Agnes, die na enkele maanden uit de running raakte en werd vervangen door de creatieve juf Petra met haar pittige rode kapsel. En toen waren de juffen opeens op en kwamen de meesters aan zet. Een hele verandering.

De eerste uit het rijtje was meester Mulder, die vaak wel aardig was maar soms toch ook flink boos kon worden, gevolgd door meester Groenewold in groep 6. Een leuke meester vond ik dat, maar een beetje raar was hij soms wel. Beide meesters kwam ik overigens niet alleen op school tegen. Sportief als ze waren, liepen ze regelmatig samen hard door De Velde en Zwartewatersklooster. Ik zie ze nog zo lopen. Puffend in de zon, terwijl het zweet in straaltjes van hun lichaam gutste. Meester Groenewold had altijd het roodste hoofd van de twee, bijna net zo rood als die oude cabrio waar hij bij mooi weer in reed.

Afijn, terug naar de les. Groep 7, weer meester Mulder. En dan ben ik alweer aanbeland bij het laatste jaar. Het was het jaar van meester Scheper, de enige meester die het ook prima vond als we hem bij zijn voornaam noemden. Meester Jaap was een geweldige meester. Ik zie nog hoe zijn bruine baardje op en neer wipte en hoe zijn ogen twinkelden als hij ergens plezier om had. Altijd optimistisch was hij, evenals meester Loos, die ook een gedeelte van de lessen voor zijn rekening nam. Meester Loos zat boordevol verhalen. Ik herinner me nog hoe hij voor de klas stond en vertelde dat hij eens een slang tegenkwam toen hijĀ al fietsend naar zijn werk ging. De goeie ouwe tijd…

En dan had je natuurlijk nog meester Eysink. De man met zijn buikorgel die altijd muziekles kwam geven en minstens zoveel grappen maakte als muzieknoten speelde. Het was altijd wachten op het moment dat hij zijn accordeon voor zijn opbollende buik knoopte, zijn handen op de toetsen positioneerde en een flinke slinger aan de balg gaf. Had die beste man niet een tijd in Kameroen rondgehangen? Zijn muzieklessen waren in ieder geval wel voorzien van een flinke dosis Afrikaanse uitbundigheid. En dan is het tot slot tijd voor de laatste meester. En dan heb ik het niet over zomaar een meester, nee. Ik heb het over schoolhoofd Piet Bonhof. Hoe aardig hij ook is, menigeen zal hem herinneren als de man die alleen optrad als invaller en bij wie je echt geen geintje moest uithalen. Dan had je de poppen pas echt aan het dansen.

Weet iemand trouwens waarom juffen bij de voornaam aangesproken mochten worden en meesters niet?

Gepubliceerd door Erik Driessen

2 reacties op “Over juffen en meesters (Column Teunie Rijfkogel)”

  1. Lieve Teunie!
    Ja,je was een stil muisje op wie ik echt nooit boos was, maar…er waren soms kindjes die duidelijk een grens nodig hadden en dan had jij last van mijn aanpak… Mijn werk was mijn hobby en ik nam vaak veel hooi op mijn vork. (een term die jou vast wel aanspreekt!) Veel voorbereiding, veel muziek, spannende plannetjes met feestjes maar ook veel projecten over de natuur waar ik nu zo van geniet en die ik projecteer in mijn schilderijen. Het ga je goed Teunie en lieve groetjes aan je ouders, Margriet, Berend en Marieke!