22 september 2020 Gebruikers online: 18
Agenda
Bonthuis en Vaartjes

Hasselt: Moordcity

Geplaatst op: 31 mei 2018

Hasselt in oude foto’s en verhalen. Eppo Schmidt weet het publiek van de Buurtmiddag in de Hazelaar wel aan zich te binden. “Kijk”, wijst hij. “Dat is Gait van de Velde, de sigarenboer uit mijn jeugd, in de Ridderstraat. Sikkema kwam later in zijn pand.”

Velen weten zich even later ook de ‘pisbak’ bij de kerk te herinneren. “Als de kerk uitging, was het daar druk”, zegt Schmidt. In de zaal klinkt gemompel. “Het stonk altijd.” Verderop komt een foto van burgemeester Van Nahuys. “Vroeger namen we daarvoor de hoed af, dat doen we gelukkig niet meer”, lacht Schmidt.

Hij komt ook op de proppen met een foto van Klaas van Dijk, de orgelman. “Hij speelde op onze trouwerij”, zegt Schmidt, kijkend naar zijn vrouw: “Het waren toch niet allemaal psalmen en gezangen, hè?” Maar die reageert: “Bijna wel.”

Van Dijk had ook zijn streken, weet iemand uit de zaal te vertellen. “Hij had een gedicht:

Ik stond aan de waterkant

Op een vlonder

Twas een wonder

Twee billen boven

Twee billen onder

Maar wat er tussenin geschiedt

Dat weet zelfs Joost van den Vondel niet.” En de zaal barst uit in lachen.

Dat gebeurt ook als Schmidt een anekdote met burgemeestersvrouw Hofland vertelt. Die kwam, met haar man, in het vroegere huis van de Hasselter te wonen, en vroeg aan Schmidt met hoeveel mensen ze daar gewoond hadden. “Met negen in huis”, reageerde die, waarop vrouw Hofland stomverbaasd vroeg: “Hoe deden jullie dat met slapen?” Schmidt had zijn mondje wel klaar. “Ik zei: Heel gewoon, als er eentje sliep, werd die eruitgehaald, tegen de muur gezet en dan kon de volgende erin. Ze had niet veel vragen meer.”

Nog een anekdote: tandarts Van der Wal. “Die vroeg bij een gaatje of je er last van had. Als je dan zei: ‘nee, niet echt’, dan zei hij: ‘kom maar terug als je er last van hebt, dan trek ik hem eruit.’ Hij deed niet anders dan trekken.”

Als de grachten in beeld komen met daarin de turfschepen, klinkt Schmidt wat mismoedig. “Toen was Hasselt nog levendig”, merkt hij op. “Het is nou een museumstad.” Maar daar weet de zaal wel raad mee: “Moeten we de Chinezen maar ophalen”, grapt iemand.

Naast tandarts Van der Wal was er nog een bijzondere plaatselijke middenstander: bakker Van Ommen. “Ik kwam er eens, en het was mooi weer. Hij had koeken in de etalage liggen. Ik bestelde er een paar die hij in een papieren zak deed. Maar de deur stond open, dus de wespen deden zich ook tegoed aan die koeken. Van der Wal pakte rustig de koeken en de wespen in een zakje. Ik zeg: ‘wat doe je, al die wespen in het zakje?’ Het antwoord: die krijg je er gratis bij.”

Het meest bijzondere verhaal moet dan nog komen. Dat gaat over een schipper die naar het café gaat. Hij treft daar zijn oude schippersknecht en de twee krijgen ruzie. “Toen trekt die knecht zijn pistool. Hij schiet de schipper dood en daarna zichzelf. De veldwachter neemt pistool mee naar het stadhuis, waar zich allemaal volk verzameld heeft. Daar krijgt hij de vraag om het pistool te laten zien. Hij heeft dan niet door dat er nog een kogel inzit en schiet per ongeluk Hogenkamp dood. De volgende dag kopten de landelijke kranten: ‘Hasselt moordcity’.”

Gepubliceerd door admin

Reacties zijn gesloten.

Nightstore