25 januari 2021 Gebruikers online: 26
Agenda
Bonthuis en Vaartjes

Als een herder in de velden van Zwartewatersklooster (column Herman Slurink)

Geplaatst op: 24 december 2020

Foto's: Ton Valk

Tijdens een late middagwandeling in december rond Zwartewatersklooster zag Herman Slurink een bijzonder natuurfenomeen. Zijn camera was niet toereikend om het verschijnsel vast te leggen, maar toen hij de volgende avond terugkeerde trof hij zijn oud klasgenoot Ton Valk uit Hasselt in de vogelkijkhut. Hij was voorzien van de juiste fotoapparatuur. De afgebeelde foto’s komen van zijn hand en onder de column is zijn video-oponame te zien van deze wonderlijke gebeurtenis.

Als een herder in de velden van Zwartewatersklooster

Soms heb je van die wandelingen waar geen eind aan hoeft te komen. Alles om je heen klopt. De wereld lijkt in brand te staan, maar eenmaal begonnen aan het rondje Zwartewatersklooster treed je langzamerhand een andere tijdzône binnen. Een traag ondergaande zon leidt de wandelaar in vuur en vlam op weg naar ergens algelang zijn stemming op dat moment.

Ik hou van deze tijd met zijn lage zon en langgerekte schaduwen. De bomen staan er in al hun naaktheid en geen noest of nerf blijft verborgen.

Ongemerkt ben je kilometers verder omdat je geheel opgaat in de wisseling van de kleuren. De warme vergulde tinten van het laatste blad dat zich nog aan de boom vastklampt, de rietvelden die het nog eenmaal uitjubelen alvorens de pluimen zich buigen voor de rietsnijder….. zacht wuivend brengen zij een afscheidsgroet in het avondlicht….’wij sterven om het nieuwe zaad te doen ontkiemen en het jonge riet tot bloei te laten komen’. De estafette van het leven waar de mens van kan leren.

Verderop klinkt het luide gekras van een groep aalscholvers die langs de oevers van het luwe en stille water een rustplek zoeken. Ze trekken mijn aandacht. Honderden watervogels in vele soorten dobberen sluimerend op het gladde wateroppervlak dat schittert in een gouden gloed. De zon kan maar geen afscheid van deze dag nemen en ik ook niet. Okergeel gaat over in oranjerood om te eindigen in een vlammende horizon. Zo dicht bij huis en in ‘t gemoed zo eindeloos ver weg. Langzaam maar zeker geeft het fraaie licht zich gewonnen en sluipt het grijze schemer het landschap binnen.

Ik neem plaats op het gammele bankje van de vogelkijkhut en geniet van het schouwspel in het lange trekgat voor mij dat aan weerszijden omzoomd is met bomen en struikgewas en ergens ver weg, diep landinwaarts eindigt. Mijn aandacht wordt getrokken door witte flikkeringen in de lucht aan het eind van het trekgat. Ik heb altijd zo’n 8×20 minikijkertje bij me en zet deze voor mijn ogen. Met open mond en bonzend hart van opwinding ben ik getuige van een uniek schouwspel. Ik wrijf me nog eens goed in de ogen, knijp mezelf in de arm en vraag me af of de verandering van tijdzone geen werkelijkheid is geworden.

Dansende ijle schimmen veranderen in fladderende witte engelen, euh…nee..vogels. Enkele zilverreigers zijn neergestreken en zoeken al slaande met de grote vleugels een plek in de ondiepte. Zo te zien scharrelen er een stuk of vijftien rond, een exotisch sfeertje. Een enkele aalscholver vliegt nerveus van de ene oever naar de ander, de eenden dobberen rustig voort zonder iets op te merken.

Met dat het schemer toeneemt vult de lucht boven het eind van het trekgat zich met honderden chaotisch door elkaar wapperende vleugels die helder wit afsteken tegen de donker wordende hemel. Zwevend als een vallend blad dalen de zilverreigers af naar het water om dansend in de ondiepte te landen. Ze lijken zich in rijen op te stellen, wat een ongelooflijk schouwspel. Van welk mysterie ben ik hier getuige? Ook de bomen langs de oever vullen zich met deze imposante edele reigers.

Honderden vogels verschijnen aan het uitspansel als komend uit het niets. Het fladdert vanuit alle vier de windstreken. Geen enkel teken vooraf, als door een onzichtbare hand geleid.

Alle zilverreigers lijken zich hier te verzamelen voor een overnachting of de grote trek?

Ademloos en sprakeloos, een moment van ultieme schoonheid… ik voel me als één van de herders in de nachtelijke velden van Efrata die duizend engelen uit den hoge zagen neerdalen. Ongelooflijk …….. en deze keer is mijn camera niet toereikend. Het is te ver en te donker.

Wie zal dit geloven?

Met dat het donker het tafereel aan het zicht onttrekt verlaat ik de vogelkijkhut, ik kijk om me heen om te zien of zich ergens nog een kribbe bevindt.

Herman Slurink.

PS: Verdere navraag bevestigde mijn waarneming. Het verschijnsel deed zich enkele keren voor en werd door slechts weinigen waargenomen, waaronder Ton Valk die ik bij deze hartelijk bedank voor de fraaie beelden. Op een avond zijn er minstens vijfhonderd geteld. Ik zag er niet veel minder. De herders in de velden van Efrata moesten hun ongelooflijke verhaal ook kwijt, echter zonder het bewijs via de camera. Maar… ook al waren waren er in mijn geval die foto’s niet geweest, dan was de persoonlijke Waarheid van de waarneming er niet minder om, dat geeft te denken.

Ik wens alle lezers fijne kerstdagen toe en dat het Licht van Kerst ieders weg in 2021 mag verlichten.

Gepubliceerd door Robert Jansema

Reacties zijn gesloten.

Nightstore